Axel Merckx: 'Je moet Van der Poel, Pogacar, Cavendish en Evenepoel samenvoegen om mijn papa te overtreffen'
In dit artikel:
Axel Merckx, ex-wielrenner en tegenwoordig ploegleider van ontwikkelploeg Hagens Berman Jayco, legt uit hoe lastig het is om in de schaduw van zijn vader Eddy te staan en schetst tegelijk de veranderingen in het hedendaagse wielrennen. In een gesprek met Het Nieuwsblad wijst hij op de professionalisering en commercialisering van het beloftenpeloton: managers, dure materieelshows en jonge renners die al vóór hun eerste profcontract in een luxueuze omgeving leven. Dat zorgt volgens hem vaak voor mentale problemen; 18‑jarigen zijn nog kinderen en veel talenten breken mentaal of raken langdurig ontregeld doordat ze zich vergelijken met uitzonderingen als Remco Evenepoel.
Merckx vertelt dat hij Evenepoel aanvankelijk graag één jaar bij zijn ploeg had gehad — hij ontving hem thuis en had een akkoord — maar dat de snelle opmars van Evenepoel grote WorldTeams aantrok en diens keuze uiteindelijk juist bleek. Over Tadej Pogacar zegt Axel dat die in zijn beste periodes qua kracht in de buurt komt van Eddy Merckx, maar hij twijfelt of Pogacar al die uitzonderlijke prestaties jaar na jaar kan herhalen of de brede dominantie van zijn vader (inclusief monumentoverwinningen en het uurrecord) evenaart.
Axel noemt ook andere specialisten — Mathieu van der Poel, Marc Cavendish en Remco Evenepoel — en benadrukt dat zij elk uitblinken op hun terrein, maar dat je ze bij elkaar zou moeten voegen om de allroundgrootsheid van zijn vader te evenaren. Zijn conclusie: er zijn fantastische talenten, maar een allesoverheersende kampioen zoals Eddy Merckx blijft uniek.