'Ben blij dat ik geen wielrenner meer ben'; Tom Dumoulin over Vingegaard, Pogacar, Ayuso en het wielrennen anno 2025
In dit artikel:
Tom Dumoulin (34, Maastricht), die in 2022 een punt achter zijn profcarrière zette maar nog altijd zichtbaar in de wielersport blijft, schetst in een recent interview met AS zijn beeld van het moderne wielrennen en de huidige kopstukken. Hij merkt dat de sport sinds zijn afscheid veel wetenschappelijker en zwaarder is geworden; dat bewondert hij, maar het bevestigt ook waarom hij blij is niet meer op dat niveau te hoeven rijden. Fietsen doet hij nog een paar keer per week, maar zijn sportieve focus ligt meer op hardlopen — hij liep onlangs sterk in de Marathon van Amsterdam en koestert de droom om ooit New York te lopen — en op recreatieve sporten zoals padel.
Dumoulin reflecteert op oud-teamgenoot Jonas Vingegaard: de sprong die Vingegaard maakte naar twee Tourzeges had hij destijds niet voorzien, maar hij prijst diens kracht en toewijding. Tegelijkertijd wijst Dumoulin op de bijna eenmansdominantie van Tadej Pogačar; wat Pogačar presteert is volgens hem buitengewoon, maar die dominantie maakt veel wedstrijden voorspelbaar en daardoor minder spannend om naar te kijken.
Met het oog op Spanje plaatst Dumoulin de hedendaagse generatie in perspectief: het land blijft vruchtbaar voor talenten, ook al ontbreken de groten van tien jaar terug. Zijn hoop richt zich op Juan Ayuso: een groot talent dat zich zowel fysiek als in leiderschap nog moet ontwikkelen om het niveau van Pogačar of Vingegaard te bereiken. Ayuso’s overstap van UAE naar Lidl-Trek noemt Dumoulin begrijpelijk en logisch voor iemand met leidinggevende ambities; hij verwacht dat die keuze de jonge Spanjaard ruimte geeft om te groeien.