Egan Bernal 'boos', als Pogacar weer eens flierefluitend wegrijdt: 'Hij laat je vaak voelen alsof je slecht bent'
In dit artikel:
Egan Bernal (INEOS Grenadiers) vertelde in een interview met WIN Sports openlijk over zijn sportieve terugkeer en de frustratie én bewondering die hij voelt tegenover de huidige dominantie van Tadej Pogacar (UAE Emirates‑XRG). Bernal, die in januari 2022 hard tegen een stilstaande bus crashte en jarenlang moest revalideren, zegt dat 2025 het jaar was waarin hij zich echt weer sterk en zichzelf begon te voelen. "Ik begon me weer mezelf te voelen dit jaar", aldus Bernal, die in 2024 al tekenen van herstel toonde maar dit jaar echt aansloot bij de besten.
In 2025 veroverde hij in Colombia zowel de tijdrit- als de wegtitel, werd zevende in de Giro d’Italia en pakte een etappewinst in de Vuelta — zijn eerste zege sinds de zware crash bijna vier jaar eerder. Die resultaten geven hem vertrouwen om de enige grote ronde die nog ontbreekt (de Vuelta) ooit te winnen; eerder sleepte hij al de Tour de France (2019) en de Giro (2021) binnen.
Bernal legt ook uit dat een rugprobleem (hernia) hem lange tijd hinderde en dat een operatie in 2024 bijdroeg aan zijn herstel. Tegelijkertijd erkent hij hoe groot de kloof met Pogacar is: in wedstrijden tegen de Sloveen voelde hij zich vaak machteloos omdat Pogacar op een ander niveau rijdt — iets dat hem soms boos maakt, maar wat hij ook als stimulerend ervaart. Uiteindelijk ziet Bernal het ook positief: de aanwezigheid van een dominante renner als Pogacar drijft het peloton vooruit en maakt dat rivalen zich blijven verbeteren.
Kortom: Bernal is na jaren van fysieke problemen weer terug op hoog niveau, heeft ambitie om een ontbrekende grote ronde te winnen en balanceert tussen frustratie over Pogacar’s overmacht en de motivatie die diezelfde overmacht hem en anderen oplevert.