Italianen vloeken op Toon Aerts, maar die verdedigt zich en heeft inspiratiebron: "Ze moeten dat begrijpen"
In dit artikel:
Toon Aerts valt in de Giro steeds meer op als wegrenner, niet enkel als veldrijder. Nadat hij de meeste etappes geruisloos doorkwam, probeerde hij in de afgelopen dagen op te duiken in ontsnappingen: eerst in de beginfase van de achtste etappe (afgelopen zaterdag), toen hij zich goed voelde en het leuke, vlakke koerswerk met waaiers en korte aanvallen opzocht; en vervolgens in de negende rit, waar hij iets meer dan zeventig kilometer van de streep samen met Ciccone en Ulissi de oversteek maakte naar de kopgroep.
Aerts profileert zich zo als iemand die op het vlakke opportunistisch kan koersen. Hij noemt driekwart Belgen zoals Dries De Bondt als inspiratiebron voor dat type rittenkapen. In de kopgroep werkte Aerts overigens bewust niet mee, wat enkele Italiaanse renners kwaad maakte — iets wat Aerts zelf relativerend opnam en deels toeschreef aan tactiek van zijn ploeg Lotto–Intermarché. Zijn bedoeling was zo lang mogelijk in de kop te blijven om daarna ploegmaat Lennert Van Eetvelt te ondersteunen; als niet-klimmer had hij waarschijnlijk toch bergop moeten lossen. Overigens kon hij de Italiaanse klachten nauwelijks verstaan: "Ik kan geen Italiaans", zei hij met een lach.
Belangrijk om te onthouden is Aerts’ succesvolle verleden in het veldrijden: Europees kampioen in 2016 en opnieuw in 2025, Belgisch kampioen 2019, driemaal derde op het WK en winnaar van Wereldbeker-, Superprestige- en X2O-klassementen. Die achtergrond verklaart zijn kracht op korte, harde inspanningen en waarom hij zich op het vlakke thuisvoelt. Voorlopig ligt zijn focus tijdens deze Giro op het wegwielrennen, waarbij hij laat zien dat hij ook op de weg tactisch inzetbaar en gevaarlijk kan zijn voor etappewinsten.