Jasper Stuyven spreekt klare taal over Mathieu van der Poel en co
In dit artikel:
Jasper Stuyven kijkt met gemengde gevoelens terug op het voorjaarsseizoen van Soudal Quick-Step, waar hij deze winter naartoe verhuisde vanuit Lidl-Trek om de ploeg meer kracht in de klassiekers te geven. Hoewel de Belgen regelmatig zichtbaar waren in finales, leverde dat geen zege in een Monument op — de vijf meest prestigieuze eendaagse koersen zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs‑Roubaix — en dat leidde tot felle kritiek.
Stuyven verweert zich door te wijzen op de veranderde context van het moderne wielrennen: enkele supersterren (onder anderen Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar en Wout van Aert) en ploegen met veel grotere budgetten domineren nu vaak de belangrijkste wedstrijden. Volgens hem is het onrealistisch Soudal Quick‑Step aan het dominante Quick‑Step van vroeger te meten, toen de ploeg ook bij de rijkere teams hoorde. Ondanks het gebrek aan topzege blijft Soudal Quick‑Step volgens Stuyven een sterke formatie: “Top tien zeker,” zei hij over de klassering van de ploeg in het peloton.
Hij haalt ook Alpecin‑Deceuninck aan: ondanks een sterk voorjaar won ook die formatie geen Monument, wat volgens Stuyven illustreert dat de lat tegenwoordig uitzonderlijk hoog ligt. De kern van zijn boodschap is dat kritische verwachtingen vaak geen rekening houden met financiële verschillen en de aanwezigheid van absolute kopmannen bij concurrenten.