Mathieu van der Poel en zijn mountainbike-plannen: wat kan er nog voor het WK 2026?
In dit artikel:
Mathieu van der Poel (31, Alpecin–Deceuninck) wil later dit jaar wereldkampioen mountainbike worden, maar zijn wedstrijdprogramma wijst voorlopig niet in die richting. Toen zijn kalender tot en met de Ronde van Frankrijk recent bekendmaakte werd, ontbraken daar mountainbikewedstrijden op — ondanks dat hij in mei tegen krant AS aangaf dat hij waarschijnlijk nog enkele MTB-wedstrijden zou rijden vóór de Tour.
Het WK Cross Country staat gepland op 30 augustus in Val di Sole (Italië), een parcours met veel klimmen, terwijl Van der Poel doorgaans sterker is op krappe intervalparcoursen. Toch heeft hij al aangetoond in de bergen te kunnen presteren: in 2019 won hij een Wereldbeker in vergelijkend terrein. Of hij daadwerkelijk aan het WK deelneemt is nog niet definitief bevestigd.
De combinatie met wegkoersen maakt het lastig hem voldoende mountainbike-races te laten rijden. Met de Ronde van Zwitserland en vervolgens de Tour op het programma is er weinig ruimte voor vlieguren op de MTB. De Wereldbeker in Leogang (Oostenrijk) dit weekend was theoretisch te combineren met de Ronde van Zwitserland, maar Van der Poel staat daar niet op de startlijst. Eerder trok hij zich ook in Nové Město terug omdat hij zich niet volledig klaar voelde; de wedstrijd had een confrontatie met rivaal Tom Pidcock opgeleverd, die wél voor het WK gepland staat.
Na de Tour blijven weinig voorbereidingsmogelijkheden: er is één Wereldbeker op 23 augustus in Haute‑Savoie (Frankrijk), precies een week vóór het WK — die race zou Van der Poel als generale repetitie kunnen gebruiken. Daarnaast staat er meer op het spel dan alleen de wereldtitel: een sterke uitslag in de resterende Wereldbekerwedstrijden kan Nederland helpen bij kwalificatie voor het olympische mountainbiken in Los Angeles 2028. De normale kwalificatieroute lijkt echter een lastige opgave voor Nederland, waardoor goede prestaties van Van der Poel extra gewicht krijgen.