Naesen vindt iets hallucinant en trekt grote ogen: "Van Aert en Van der Poel overtreffende trap van Sagan"
In dit artikel:
Oliver Naesen (35) reflecteert in In De Leiderstrui op hoe het moderne wielrennen zich in twee tijdperken laat verdelen: vóór en ná de komst van kleppers als Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Hij beschrijft hoe renners die beide periodes meemaakten, geconfronteerd worden met hun eigen beperkingen tegenover de absolute top. "Er is geen sport die je zo met de voeten op de grond zet als de koers", zegt Naesen, die jarenlang trainde met Greg Van Avermaet en merkte dat kleine verschillen in kracht en snelheid bepalend waren.
Naesen plaatst die individuele dominantie in een breder plaatje: ook ploegen zijn geëvolueerd. De revolutie van Team Sky en de zoektocht naar marginal gains hebben de verhoudingen veranderd; sommige teams profiteerden, andere verdwenen. Hij wijst op de huidige dominantie van UAE – vooral dankzij Tadej Pogačar – en noemt het bijna ongelooflijk hoe die ploeg overal zeges en UCI-punten binnenhaalt, vaak zonder een traditionele sprinter. Dat staat in scherp contrast met periodes waarin teams als Soudal Quick-Step hun hoog aantal overwinningen mede aan sprinters te danken hadden.
Kortom: zowel superieure individuele talenten als professionele ploegstrategieën hebben het wedstrijdbeeld de afgelopen jaren ingrijpend veranderd, waardoor renners als Naesen realisme moesten leren over wat ze wel en niet kunnen bereiken.