Nibali kwam in doping-peloton, maar gebruikte zelf nooit: 'Ik werd gevolgd, ze braken in bij mijn auto'
In dit artikel:
Vincenzo Nibali, een van de grootste ronderenners van zijn generatie, erkent dat zijn carrière plaatsvond in een wielertijdperk dat sterk werd beïnvloed door doping. Ondanks dat hij wereldwijd alle drie de grote rondes won—de Giro d’Italia (2013, 2016), de Tour de France (2014) en de Vuelta a España (2010)—en meerdere Monumenten zoals Milaan-Sanremo en de Ronde van Lombardije op zijn naam heeft staan, stelt Nibali dat hij mogelijk nog meer had kunnen bereiken in een schoner peloton. Hij benadrukt dat hij zelf nooit doping gebruikte en dat zijn successen puur waren.
Nibali groeide op in het moeilijke omgeving van Messina, een stad met maffiaireputaties, waar hij als kind probleemgedrag vertoonde. Zijn vader zette hem vroeg op de fiets, wat uiteindelijk leidde tot zijn profdebuut in 2005 bij Fassa Bortolo. Na jaren bij Liquigas te hebben gereden, waar hij onder meer zijn eerste grote zege in de Vuelta behaalde, brak hij vanaf 2013 door bij Astana, het team geleid door Alexandre Vinokourov, zelf ook omstreden in dopingzaken.
De druk en de dopingcultuur van zijn begintijd maakten het leven lastig voor Nibali. Hij vertelt hoe hij lang met een 'handrem' leefde buiten de fiets en dat zijn populariteit ook negatieve kanten had, zoals bedreigingen. Hoewel hij vaak werd verdacht en zelfs werd gevolgd en gecontroleerd—met inbraken bij zijn auto en vermoedens dat zijn huis werd doorzocht—blijft hij onvermurwbaar dat hij nooit doping heeft gebruikt. Tegelijkertijd erkent hij dat het voor veel renners destijds bijna een culturele norm was om met doping te vertrekken, en betreurt hij dat daardoor veel talent verloren is gegaan.
Nibali ziet zichzelf en zijn generatie als schakels die mede hebben bijgedragen aan de huidige schonere wielersport. Hij benadrukt dat hij nooit heeft nagedacht over doping en dat zijn integriteit onder talloze controles altijd standhield. Daarmee weerspiegelt zijn verhaal niet alleen zijn sportieve successen, maar ook de strijd en complexiteit van een wielertijdperk waarin ethiek en competitiehaat soms botsten.