Pogacar ook nummer één op vlak van prijzengeld, Van Aert pakte grootste cheque van allemaal
In dit artikel:
Tadej Pogacar is dit voorjaar met afstand de meest verdienende renner in de klassiekers. De Sloveen reed slechts vijf koersen in het voorjaar, maar pakte er vier overwinningen en een tweede plaats — goed voor in totaal ongeveer €99.000 aan prijzengeld. Zijn podiumplaats in Parijs‑Roubaix leverde hem één van de hogere individuele cheques op: €22.000.
Mathieu van der Poel volgt op plek twee met circa €72.500. Hij won de Omloop Het Nieuwsblad en de E3 Saxo Classic, werd achtste in Milaan‑Sanremo, tweede in de Ronde van Vlaanderen en vierde in Parijs‑Roubaix. Voor zijn zege in de E3 kreeg Van der Poel hetzelfde bedrag als Pogacar voor zijn tweede plaats in Roubaix (€22.000).
De grootste enkele uitbetaling ging naar Wout van Aert: zijn zege in Parijs‑Roubaix leverde hem €30.000 op. In totaal verdiende Van Aert zo’n €45.900, onder meer dankzij plaatsen in Milaan‑Sanremo (derde) en de Ronde van Vlaanderen (vierde).
Verder in de ranglijst: Paul Seixas staat vierde met €34.750 na sterke plaatsen in Strade Bianche, Waalse Pijl en Luik‑Bastenaken‑Luik. Jasper Philipsen is vijfde (€32.880) dankzij zeges in Nokere Koerse en In Flandes Fields en een tweede plaats in de Ronde van Brugge. Remco Evenepoel staat zesde met ongeveer €31.000; hij won de Amstel Gold Race en behaalde podiumplaatsen in de Vlaamse en Waalse klassiekers.
Kort samengevat: de verdeling van het voorjaarsprijzengeld weerspiegelt de dominantie van Pogacar in weinig maar succesvolle optredens, terwijl winst in grote eendaagse koers—zoals Parijs‑Roubaix—met name lucratief bleek.