Schuld van Pogacar en Van der Poel? Lefevere ziet kwalijke trend in het wielrennen
In dit artikel:
In de eerste vijf maanden van 2026 hebben veel kopmannen opvallend weinig koerskilometers gemaakt, en ex-teammanager Patrick Lefevere waarschuwt voor de gevolgen. Tadej Pogacar startte dit voorjaar nauwelijks (o.a. Strade Bianche en de vier monumenten) en komt dankzij de Ronde van Romandië alsnog op elf koersdagen; hij won zes van zijn negen starts. Mathieu van der Poel stond dertien keer aan de start (vier zeges), Jonas Vingegaard ook dertien keer maar voegt deze maand nog 21 Giro-dagen toe. Remco Evenepoel is een uitzondering met 24 koersdagen, Wout van Aert staat op veertien.
Lefevere ziet twee problemen: enerzijds zorgt de hoge winstratio van toppers ervoor dat sponsors tevreden blijven ondanks weinig starts, waardoor sterren zich kunnen permitteren veel te sparen voor grote doelen. Anderzijds nemen mindere renners diezelfde beperkte-programma-aanpak over, terwijl zij vaak juist baat hebben bij veel wedstrijdkilometers. Bovendien leidt het scheve wedstrijdaanbod ertoe dat kopmannen elkaar dit seizoen nauwelijks tegenkomen — belangrijke duels tussen namen als Pogacar, Vingegaard en Evenepoel zijn zeldzaam of ontbreken — wat volgens Lefevere schadelijk is voor de sport.
Hij pleit daarom voor een minimumaantal koersdagen per seizoen, hoewel hij begrijpt dat toppers hun programma op de grote doelen afstemmen. "Mag het misschien iets meer zijn?", merkt Lefevere op over de algemene participatie.