Tadej Pogacar onthult in openhartig New York Times-interview dat blessures Vuelta-val ernstiger waren
In dit artikel:
Tadej Pogačar heeft in een interview met The New York Times onthuld dat hij bij zijn zware val in de Vuelta a España begin september niet alleen zijn C7-wervel, maar ook de borstwervels T1 en T2 brak. Daarnaast liep de Sloveense wielrenner een hersenschudding op. Door de extra breuken is hij achteraf blij dat hij niet deelnam aan het EK in eigen land, waarvoor hij aanvankelijk mikte op deelname.
De eerste weken van zijn herstel waren zowel fysiek als mentaal zwaar. Pogačar moest twee dagen op een operatie wachten, kon nauwelijks zelfstandig bewegen en werd duizelig bij het opstaan. Hij beschrijft dat hij in die periode somber en prikkelbaar was. Met fysiotherapie en voorzichtig trainen op de hometrainer verbeterde zijn stemming, al wisselden actieve dagen af met momenten waarop hij nauwelijks iets kon doen.
Zijn herstelgegevens bleven ongeveer vier weken afwijkend. Zijn hartslag en hartslagvariabiliteit waren slecht en zijn herstelscore stond meerdere dagen in het rood. Inmiddels kan hij naar eigen zeggen weer vrijwel alles normaal doen, al moet hij valpartijen en zware belasting van zijn nek en linkerarm nog vermijden.
Pogačar waarschuwt tegelijk voor de toenemende risico’s in het wielrennen. Volgens hem worden vooral wedstrijden voor renners onder 23 jaar onvoldoende beveiligd, met minder politie, slechtere bewegwijzering en minder goed onderhouden wegen dan in de Tour de France. Hij wijst ook op hogere snelheden, verkeersdrempels, rotondes, gaten en gevaarlijke bochten in de slotkilometers. Organisatoren moeten volgens hem parcoursen beter schoonmaken en veiligere finishes ontwerpen, zeker na meerdere ernstige ongevallen en het overlijden van Finlay Tarling in de Ronde van Portugal.
Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?