Volgens Arensman had briljant 2025 nóg beter gekund: 'Van Aert zei dat hij elke keer op de limiet zat'
In dit artikel:
Thymen Arensman (25, INEOS Grenadiers) brak in 2025 echt door: hij behaalde twee etappezeges in de Tour de France — op dag 14 naar Luchon‑Superbagnères vanuit de vlucht en op dag 19 naar La Plagne met een late uitval — en hield daarbij wereldtoppers als Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard achter zich. Waar eerdere Nederlandse successen de laatste jaren breed werden gevierd, kwam Arensmans doorbraak minder als een sensatie maar meer als de ontknoping van een jarenlang proces.
Arensman fietst al langer op hoog niveau (ritzege in 2022, vijfde in de Vuelta dat jaar, twee keer zesde in de Giro), maar voelde dat er meer in zat. Voor 2025 koos hij radicaal ander werk: nieuwe coach, aangepast trainingsschema en vooral een mentale omslag. Hij leerde relativeren — “Uiteindelijk is het ook maar wielrennen” — waardoor teleurstellingen minder zwaar wogen en prestaties nuchterder werden ontvangen. Die nieuwe instelling combineerde hij met fysiek herstel en risicovolle, alles-of-niets-inspanningen in de bergen; na beide Tourzeges was hij uitgeput omdat hij echt tot het uiterste ging.
Voor Arensman staat Parijs‑Nice’s derde plaats uit het seizoen echter als belangrijkste mijlpaal: die prestatie bevestigde volgens hem het traject dat hij met zijn trainer is ingeslagen. In 2026 wil hij met die opgebouwde balans één grote ronde voor het klassement rijden en sterker worden in de tijdritten. Hij vermoedt dat hij op het Toscaanse gravel in de Giro — waar een lekke band hem de das omdeed — zelfs Wout van Aert en Isaac Del Toro had kunnen bedreigen.
Kort samengevat: Arensman transformeerde zijn carrière door mentale rust, doelgerichter trainen en meer durf in koers; dat leverde in 2025 niet alleen twee fraaie Touretappes op, maar ook het vertrouwen om zich volgend seizoen als serieuze klassementskandidaat te profileren.