Vuelta a Espana 2026 | Pogacar en Van Aert komen aan hun trekken, pure sprinters stuk minder

maandag, 17 augustus 2026 (13:57) - In de Leiderstrui

In dit artikel:

De Vuelta a España 2026 begint op zaterdag 22 augustus in Monaco en eindigt op zondag 12 september in Granada. De Ronde van Spanje telt 21 etappes en voert het peloton via Zuid-Frankrijk en verschillende Spaanse regio’s naar de slotrit aan het Alhambra. Volgens de vooruitblik zal de strijd om de eindzege mogelijk minder spannend worden door de recente dominantie van Jonas Vingegaard in de Giro d’Italia en Tadej Pogačar in de Tour de France. Pogačar geldt ook in Spanje als een van de belangrijkste favorieten.

De openingsrit is een individuele tijdrit van 9,4 kilometer door Monaco, met start bij het casino van Monte Carlo en een technisch parcours naar de finish van de Formule 1-Grand Prix. Pogačar, Mads Pedersen en Wout van Aert worden genoemd als kanshebbers. Een dag later volgt met Monaco-Manosque de langste etappe van de ronde: 214 kilometer langs de Côte d’Azur en door de Provence, met een licht oplopende aankomst die onder meer Pedersen goed moet liggen.

Daarna gaat het snel bergop. Etappe drie eindigt in het Franse Font-Romeu op 1.937 meter hoogte, waarna een korte maar zware rit in Andorra volgt. Daar moeten de renners onder meer de Port d’Envalira, Collada de Beixalís, Coll de Ordino en La Comella over. Die vierde etappe moet al duidelijk maken hoe de klassementsverhoudingen liggen. Pogačar, Mattias Skjelmose en Primož Roglič worden als favorieten genoemd.

In het eerste deel van de ronde wisselen sprint- en heuvelritten elkaar af. Etappe vijf naar Roquetes lijkt ondanks de Alto de Pauls geschikt voor snelle mannen. De zesde rit bevat op de slotklim Puerto El Bartolo bovendien drie kilometer gravel. Ook rit zeven naar Aramón Valdelinares eindigt bergop, terwijl etappe acht naar Xeraco grotendeels vlak is met een late klim. De eerste zware zondag wordt afgesloten op de Alto de Aitana, na zes gecategoriseerde beklimmingen langs de Costa Blanca.

Na de eerste rustdag volgt een reeks overgangsritten en kansen voor sprinters of sterke vluchters. De ritten naar Elche de la Sierra, Lorca en Sevilla lijken relatief toegankelijk, al maken heuvels en de warmte in Zuid-Spanje een massasprint niet vanzelfsprekend. Etappe twaalf naar Calar Alto en rit veertien naar de Sierra de la Pandera zijn opnieuw zware bergetappes. Vooral Calar Alto wordt beslist na de Alto de Velefique. De vijftiende etappe naar Córdoba, met voortdurend op en af, is bij uitstek geschikt voor een ontsnapping; Van Aert en Magnus Cort worden daar als kanshebbers genoemd.

De derde week begint met twee vermoedelijk snelle etappes richting La Rábida en Sevilla. In etappe achttien staat de tweede individuele tijdrit op het programma: 32 overwegend vlakke kilometers van El Puerto de San María naar Jerez de la Frontera. Daarna volgen drie beslissende dagen. De lange bergrit naar Peñas Blancas Estepona telt 205 kilometer, terwijl de voorlaatste etappe naar Collado de Alguacil met 187 kilometer en meer dan 5.000 hoogtemeters als koninginnenrit geldt. Pogačar, João Almeida en Felix Gall worden daar als favorieten genoemd.

De slotrit is geen traditionele aankomst in Madrid, maar een korte ronde van 99,4 kilometer van een start bij een Carrefour in Granada naar het Alhambra. Een laatste klim van 1,6 kilometer aan zeven procent kan nog voor actie zorgen. Pogačar, Van Aert en Pedersen zijn de voornaamste genoemde kanshebbers. Voor de zestiende etappe ontbreken in het parcours overzicht de afstand en plaatselijke details; de favorieten en verwachte tijden zijn wel vermeld.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'