Zware slotweek en opvallend verleden: Vingegaard moet nog veel overwinnen om de Giro te winnen
In dit artikel:
Jonas Vingegaard begint de slotweek van de Giro met een comfortabele maar niet onoverkomelijke voorsprong: 2 minuten en 26 seconden op Afonso Eulalio; Felix Gall volgt op 2 minuten en 50 seconden en heeft al drie keer als tweede achter Vingegaard gefinisht. Het beslissende werk staat nog voor de deur: in de derde week zijn er zes etappes met veel klimwerk en drie bergop aankomsten.
Belangrijke knooppunten zijn de 16e etappe naar de Cari (11,6 km à 8% gemiddeld), de koningsrit (18e etappe) met circa 5.000 hoogtemeters waaronder de steile Passo Giau en de slotklim naar Piani di Pezzè, en de voorlaatste rit met aankomst op de Piancavallo (14 km à 8%). Die etappes bieden voldoende gelegenheid voor aanvallen en koersveranderingen.
Historisch gezien is de Giro in de slotweek onvoorspelbaar: de roze trui wisselde in zes van de laatste tien edities nog van drager. Voorbeelden tonen hoe snel het kan keren — Simon Yates greep vorig jaar toe op de Colle delle Finestre nadat rivalen elkaar in de weg zaten, terwijl Chris Froome al eerder met een 80 km solo een eindzege veiligstelde. Ook valpartijen of offdays (zoals Yates’ zware terugval in 2018) kunnen het klassement op zijn kop zetten.
Vingegaard zelf heeft de ervaring om koel te blijven; dit is zijn negende grote ronde en in zijn laatste zeven grands tours eindigde hij telkens als eerste of tweede. Met overwinningen in de Tour (2022, 2023) en een zege in de Vuelta vorig jaar heeft hij nu de beste papieren om zijn vierde eindzege in een grote ronde te behalen en daarmee zijn trilogie compleet te maken. Of dat lukt, zal pas zaterdag rond 18:00 uur definitief duidelijk zijn.